Opinie: "Coronacrisis heeft ongelijkheid onderwijskansen vergroot. We moeten hieruit leren voor de toekomst"

"Onderwijservaringen van gezinnen moeten leiden tot voortschrijdend inzicht", schrijft Hilde Timmermans van de Gezinsbond. "Het is tijd om komaf te maken met het ongelijkekansenvirus"'

Er bestaan amper woorden om de helse realiteit achter de ogenschijnlijke rust van dit lockdown-schooljaar te beschrijven. De scholen sloten de klaslokalen, leerlingen bleven thuis of in de noodopvang en schakelden over naar afstandsleren. Na de heropstart konden niet alle leerlingen terug naar school, of toch zeker niet in gelijke mate. Een langgerekt vakantiegevoel? Niets is minder waar. Schoolteams wrongen zich in onmogelijke bochten om eerst de preteaching en daarna de bubbelklassen op poten te krijgen. En ook gezinnen vonden moeilijk een evenwicht tussen werk, zorg, opvang en onderwijs. Nooit kreeg de Gezinsbond zoveel noodkreten over het recht op onderwijs, of beter het gebrek eraan. Ouders en leerlingen voelen zich om verschillende redenen niet gehoord en in de steek gelaten. Bestaande ongelijke onderwijskansen werden versterkt, gezinnen die het voor de crisis al moeilijk hadden, kregen het nu extra zwaar te verduren.

Never waste a good crisis. In tijden van nood worden de zwakke schakels in een systeem pijnlijk duidelijk. Maar ook veerkracht, creativiteit, solidariteit en het besef wat er echt toe doet, komen boven drijven. We kunnen en moeten hieruit leren voor de toekomst. Wat zorgt ervoor dat een leerling mee is, wat vergroot de kans op uitval? In de strijd tegen het coronavirus bleek het voortschrijdend inzicht op basis van nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen een goede leidraad. In de strijd tegen ongelijke onderwijskansen moeten ervaringen van ouders en leerlingen het fundament worden van onderwijs dat recht doet aan de noden van alle leerlingen, ook de meest kwetsbaren. De volgende zeven “ont-dekkingen” kunnen bijdragen tot voortschrijdend inzicht om ook het al lang woekerend ongelijke kansenvirus stap voor stap te overwinnen.

Ontdekking 1: er is veel verborgen armoede

Een collega uit de armoedebeweging merkte in een overleg enigszins cynisch op: “Ik stel vast dat men door het afstandsonderwijs ineens ontdekt heeft dat er heel wat gezinnen in armoede leven”. De praktijk van het afstandsleren heeft de kloof tussen leerlingen die opgroeien in een kansrijk of kansarm gezin pijnlijk bloot gelegd. Heel wat leerlingen bleken thuis niet te beschikken over een (performante) computer of (stabiele) internetverbinding. Een rustige studeerplek is ver te zoeken in een kleine woonst en sommige kinderen ondersteunden hun ouders financieel met vakantiewerk tijdens de schooluren.  Leerkrachten vertelden ons hoe ze leerlingen ‘verloren’, ze verdwenen letterlijk en figuurlijk uit beeld. Scholen die al sinds jaar en dag een sterk gelijke kansenbeleid voeren, hadden in deze crisis een voetje voor dankzij hun vertrouwensband met kwetsbare gezinnen en de samenwerking met brugfiguren. Zij haalden kwetsbare leerlingen terug naar school en zochten samen met gezinnen en school naar oplossingen voor financiële, materiële en andere drempels.

Ontdekking 2: de digitale kloof is er thuis én op school

“Ik schaam me als ik mijn kinderen niet kan helpen met de computer, ze hebben al verschillende lessen gemist omdat ik het geluid niet kon opzetten, de camera werkt al lang niet meer”. “We hebben de juf tijdens het afstandsleren niet één keer op het scherm gehoord of gezien. Lessen en taken werden alleen via smartschool doorgemaild.” Het zijn twee citaten uit de vele reacties van ouders over het afstandsonderwijs. Zowel de digitale uitrusting als digitale geletterdheid in gezinnen en op school is erg uiteenlopend. De talrijke initiatieven om leerlingen thuis van laptops en internetverbinding te voorzien, zijn een stap in de goede richting, maar dit mag niet los staan van een verdere investering in digitale vaardigheden. Dit blijft nodig voor zowel leerlingen, ouders als leerkrachten.

Ontdekking 3: ouderbetrokkenheid is kracht én valkuil

Tijdens de periode van preteaching kregen ouders de geruststellende boodschap: ouders moeten niet voor leerkracht spelen, ze moeten slechts een paar uur per week het afstandsleren opvolgen, en de leerstof zal later op school worden herhaald. De praktijk bleek voor veel gezinnen anders. Ouders van kinderen met specifieke onderwijsnoden besteedden tot drie keer zoveel tijd aan de begeleiding van hun kinderen en lager opgeleide ouders voelden zich vaak schuldig wanneer ze hun kind niet kunnen verder helpen. Telewerkende ouders negeerden noodgedwongen de vragen om aandacht van hun kleine kinderen en slaagden er niet in om hun tieners de nodige structuur te bieden. Ouders die om diverse redenen onder hoogspanning stonden, voelden zich verantwoordelijk voor de leer- en ontwikkelingskansen van hun kind. Een ouder die dan afhaakt, doet dit niet uit gebrek aan betrokkenheid, maar uit vrees of overtuiging dat hij of zij tekortschiet. Ouderbetrokkenheid stimuleren is meer dan opsommen wat je van ouders verwacht, het is ook duidelijk aangeven waar ouders terecht kunnen als het allemaal te veel wordt. Verbinding met het thuismilieu creëert openheid om problemen te durven aankaarten en samen te zoeken wat wel lukt. Zo blijven ouders gerespecteerd in hun kernopdracht: de ouderrol.

Ontdekking 4: eerlijk duurt het langst

“Ik begrijp niet waarom…”, zo begon het gros van de noodkreten van ouders. De nood aan transparante, eerlijke communicatie was hoog. Ouders hadden enorm veel vragen over de maatregelen die de veiligheid op school moesten garanderen, over waarom de ene klas wel en de andere klas niet opnieuw de deuren opende, over wie er recht had op noodopvang of extra ondersteuning in de klas, en wat er precies zou gebeuren op vlak van evaluaties en attestering. Die ongerustheid van ouders spiegelde zich ook af op kinderen. Een belangrijke les uit deze crisis is dat niet alleen scholen, maar ook ouders en leerlingen een duidelijk en eerlijk antwoord moeten krijgen op het waarom van bepaalde keuzes en beslissingen.  Tijdens het hoogtepunt van de crisis ging er terecht heel veel aandacht uit naar risicomanagement door de overheid, vandaag is het tijd om na te denken over heldere communicatie-strategieën met aandacht voor alle doelgroepen, ook kinderen.

Eerlijk betekent ook fair. De Gezinsbond is tevreden dat er een groeiend besef is dat niet alle kinderen faire kansen kregen tijdens het afstandsonderwijs. Mild evalueren, zomerscholen, herkansingen, herhaling van de leerstof in september, … kunnen hier in eerste instantie aan tegemoet komen, maar een meer structurele inzet op gelijke kansen doorheen het hele schooljaar blijft de boodschap.

Ontdekking 5: school is zoveel meer dan kennis vergaren

Ik maak me niet zozeer zorgen over de gemiste lessen, maar mijn kinderen lijden het meest onder het gemis van de vriendjes en de leerkracht”. Digitaal onderwijs heeft voor- en nadelen voor leerlingen, zo blijkt ook uit een bevraging van de ouderkoepels. Het daagt leerlingen uit om meer zelfstandig te leren en ze kunnen op eigen tempo opgenomen lessen (her)bekijken. Maar ouders vertellen ook dat kinderen thuis niet de structuur van een schooldag vinden en dat digitaal onderwijs nooit het groepsgevoel van een klas kan evenaren. Kinderartsen en psychologen sluiten zich aan bij dit buikgevoel van ouders. De school is een belangrijk socialisatiemilieu waar zoveel meer gebeurt dan kennisoverdracht. Het is ook een plek waar kinderen samen spelen, samen leven en samen opgroeien. Die boodschap klinkt ook duidelijk bij de studenten uit het hoger onderwijs die het campusleven misten en erg leden onder het isolement van de onlinelessen. We rekenen erop dat in het debat over blended leren de meerwaarde van samen in groep leren voor kinderen en jongeren niet het onderspit moet delven voor pragmatische argumenten voor afstandsleren.

Ontdekking 6: de school staat niet alleen

Zolang kinderen niet naar school mochten, bood de noodopvang een oplossing voor werkende ouders. Maar dit aanbod bleek ontoereikend. De Gezinsbond was dan ook erg tevreden met het akkoord tussen onderwijs, welzijn en binnenlands bestuur om de opvang uit te breiden. In vele steden en gemeenten bleek dit een groot succes, maar het liep niet overal even vlot.  “Op school vertelden ze dat de gemeente niet kon helpen met de noodopvang”, aldus meerdere ouders. En omgekeerd bleek dat heel wat gemeenten geen enkele vraag kregen van scholen voor noodopvang terwijl heel wat partners bereid waren om een opvangaanbod te verzekeren of zelfs extra klaslokalen te voorzien. Er bestaat duidelijk nog heel wat koudwatervrees als het gaat om “samen school maken”. Een verschillende regelgeving bemoeilijkt de zaken, maar er ontbreekt vaak ook een gemeenschappelijke visie. Toch is er een groeiend besef dat meer samenwerking en afstemming nodig is, zeker om de meest kwetsbare kinderen te bereiken. We zijn hoopvol dat nieuwe samenwerkingen tussen scholen, buitenschoolse opvang, jeugdwerk, sport, cultuur, … ook na de coronacrisis hun meerwaarde kunnen blijven aantonen.

Ontdekking 7: kinderrechten gelden altijd en overal

Nood breekt wet, maar ook recht? Het recht op kwaliteitsvol onderwijs, en het recht op ondersteuning van kinderen is onvoorwaardelijk. Dit recht mag niet afhangen van waar een kind woont, zijn leeftijd of beperking.  Als samenleving moeten we veel sterker inzetten om de rechten van kinderen ook in crisistijd maximaal waar te maken, desnoods buiten de schoolmuren, maar liefst niet thuis waar alles afhangt van de mogelijkheden van ouders. In deze crisis ging onderwijs als één van de eerste sectoren dicht en was het één van de laatste die heropende, pas na de winkels. Het lijkt alsof economische belangen primeerden op het welzijn van kinderen, de ongetwijfeld hoge rekening van deze keuze zal pas na lange tijd helemaal duidelijk worden.

In het kinderrechtenverdrag zijn protectie (bescherming), participatie (inspraak) en provisie (voorziening, i.c. school) onlosmakelijk met elkaar verbonden, het ene recht versterkt het andere.  Terwijl alle andere sectoren actief mee mochten nadenken en voorstellen doen over genomen maatregelen en nodig ondersteuning, werd de mening van kinderen pas in laatste instantie gevraagd. Zullen we een volgende keer hier eens mee beginnen?

Hilde Timmermans, medewerker studiedienst Gezinsbond

Dit opiniestuk verscheen ook op Knack.be

Contacteer ons
Hilde Timmermans
Hilde Timmermans Attaché studiedienst, Gezinsbond
Hilde Timmermans
Hilde Timmermans Attaché studiedienst, Gezinsbond
Over De Gezinsbond

De Gezinsbond is de grootste onafhankelijke gezinsvereniging van het land en verdedigt de belangen  van álle gezinnen in Vlaanderen en Brussel. Het belang van de kinderen staat altijd voorop. De Gezinsbond kan daarvoor rekenen op de steun van 12.500 vrijwilligers en 140 personeelsleden. 220.000 gezinnen zijn lid van de Gezinsbond.

Meer informatie: www.gezinsbond.be


De Gezinsbond
Troonstraat 125
1050 Brussel