Ook Gezinsbond vindt maximumfactuur nodig én haalbaar

Gezinsbond licht studiekostenrapport secundair onderwijs kritisch door

Maar liefst 1.309 euro, zoveel betalen ouders gemiddeld per jaar voor de eerste graad secundair onderwijs. Dat blijkt uit het nieuwe studiekostenrapport secundair onderwijs. Rekening houdend met de inflatie, is dit 229 euro meer dan het gemiddelde uit het studiekostenonderzoek uit 2006. Vooral vervoerkosten nemen een grote hap uit het gezinsbudget, de kosten lopen bijna 4 keer zo hoog op als in 2006. Ook de ICT-kosten en de gemiddelde kosten voor meerdaagse reizen zijn duidelijk gestegen. Daarom pleit de Gezinsbond - net als de armoedeorganisaties - voor een graduele invoering van de maximumfactuur, te beginnen met de eerste graad in het secundair onderwijs.

"De gemiddelde verschillen in studiekosten in de eerste graad tussen scholen met een verschillende bovenbouw (ASO, KSO, TSO, BSO) zijn niet zo groot en dus is een graduele weergave van de maximumfactuur, te beginnen met de eerste graad in het secundair onderwijs, zeker haalbaar", aldus Elke Valgaeren van de Gezinsbond.

Stijgende kosten voor openbaar vervoer, ICT en meerdaagse reizen

Kosten voor openbaar vervoer, ICT-gebruik en meerdaagse reizen blijken de grootste hap uit het gezinsbudget. Dat de vervoerskosten gestegen zijn, kan ten dele verklaard worden door de grotere afstand tussen thuis en school, de stijgende prijzen voor het openbaar vervoer en het toenemend autogebruik: "Het feit dat slechts 1 op 3 jongeren uitsluitend te voet of met de fiets naar school gaat, is verontrustend nieuws voor ons klimaat en voor de fysieke gezondheid van onze jeugd. Verkeersveiligheid en aantrekkelijke fietsinfrastructuur blijven een aandachtspunt", zegt Elke Valgaeren van de Gezinsbond.

Minder verrassend is dat het ICT-gebruik toeneemt en ook de hieraan verbonden kosten voor leerlingen. Scholen hebben zich altijd sterk gemaakt dat die meerkosten van de digitalisering zouden worden gecompenseerd door een gevoelige daling van de kosten voor hand- en werkboeken, maar dat blijkt niet zo, er is gemiddeld zelfs een stijging van drukwerk en schoolmateriaal.

De gemiddelde kostprijs voor meerdaagse reizen neemt toe van 104 euro naar 218 euro, maar dat wordt enigszins ‘goedgemaakt’ door het feit dat minder leerlingen eraan deelnemen, van 48% in 2006 naar 28% in 2017.

"Het is bijna cynisch vast te stellen dat vooral minder kansrijke leerlingen afhaken, aangezien die uitstappen vaak worden voorgesteld als een opening naar de wereld voor leerlingen die hier anders niet van zouden kunnen genieten", aldus Elke Valgaeren van de Gezinsbond.

Gezinsbond: maximumfactuur is nodig én haalbaar

Het vrijgeven van het nieuwe studiekostenrapport liet lang op zich wachten, door het middenveld werd halsreikend uitgekeken naar objectieve gegevens over de schoolkosten.  Voor de Gezinsbond is het nu klaar en duidelijk: zowel een scherpe maximumfactuur (wat nodig is om eindtermen te behalen) als een minder scherpe maximumfactuur (uitstappen en meerdaagse schoolreizen) zijn haalbaar en nodig.

"De gemiddelde verschillen in studiekosten in de eerste graad tussen scholen met een verschillende bovenbouw (ASO, KSO, TSO, BSO) zijn niet zo groot en dus is een graduele invoering van de maximumfactuur, te beginnen met de eerste graad in het secundair onderwijs, zeker haalbaar. Het feit dat kansarme leerlingen steeds minder vaak meegaan op meerdaagse uitstappen is bovendien alarmerend en een bijkomend argument om een rem op deze kosten te zetten. Een vrijblijvende maximumfactuur op schoolniveau zoals nu in de praktijk gebeurt, dreigt de verschillen tussen goedkope en dure scholen alleen maar te bestendigen. Vanzelfsprekend moeten de werkingsmiddelen voor scholen toereikend zijn om te vermijden dat er nog meer druk op ouders wordt uitgeoefend om via steunactiviteiten de lagere schoolfacturen te compenseren", zegt Elke Valgaeren van de Gezinsbond.

"Scholen die de maximumfactuur al toepassen vinden het win-win voor ouders én scholen "

Gemiddeld schatten de in het onderzoek bevraagde schooldirecties dat ruim een op tien leerlingen problemen heeft om de schoolfactuur te betalen, in een kwart van de scholen zou dit gaan om een op zeven leerlingen en 3% van de directies rapporteren zelfs dat meer dan de helft van de gezinnen kampt met onbetaalde rekeningen. Voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben zijn er schooltoelagen, die nu binnen het groeipakket automatisch worden toegekend, maar zelfs de maximale toelage dekt de studiekosten niet volledig.

"Ervaringen van scholen die de maximumfactuur al toepassen leren ons dat het een win-win is voor ouders én scholen. De betrokken scholen kampen minder met onbetaalde rekeningen. Een maximumfactuur dwingt tot nadenken over uitgaven die de moeite waard zijn, vaak in overleg met ouders en leerlingen, en stimuleert zo meer betrokkenheid en inspraak. Daarnaast wordt duurzaamheid een belangrijk thema: is die verre vliegtuigreis echt nodig, is de hoge kostprijs voor half ingevulde werkboeken wel te verantwoorden, kunnen we niet zuiniger omgaan met printen en kopiëren? Kortom, een maximumfactuur is de sleutel tot betaalbaar, betrokken en duurzaam onderwijs", besluit Elke Valgaeren.

Contacteer ons
Over De Gezinsbond

De Gezinsbond is de grootste onafhankelijke gezinsvereniging van het land en verdedigt de belangen van álle gezinnen in Vlaanderen en Brussel. Het belang van de kinderen staat altijd voorop. De Gezinsbond kan daarvoor rekenen op de steun van meer dan 12.000 vrijwilligers en 150 personeelsleden. Meer dan 200.000 gezinnen zijn lid van de Gezinsbond.In 2020-2021 viert de Gezinsbond zijn 100-jarig bestaan.

Meer informatie: www.gezinsbond.be

Gezinsbond bestaat 100 jaar en viert dat tot eind 2021

  • De eerste sporen van de Gezinsbond vinden we terug in augustus 1920, in de vorm van een manifest
  • Het is dan in 1921 dat de Bond der Talrijke Gezinnen is opgericht, een pluralistische vereniging die zich als doel had de rechten te verdedigen van de vele grote gezinnen die ons land telde en die het niet gemakkelijk hadden
  • In 1960 werd de unitaire Bond opgesplitst in twee autonome verenigingen: de 'Bond van Grote en van Jonge Gezinnen' voor het Nederlandstalige en 'Ligue des Familles' voor het Franstalige landsgedeelte
  • Op 23 februari 2002 werd de naam Bond van Grote en Jonge Gezinnen officieel gewijzigd in ‘Gezinsbond’. We willen een BOND-genoot zijn op de weg die jij met je gezin aflegt
  • De Gezinsbond kan in 2021 rekenen op de steun van ruim 200.000 leden-gezinnen, ruim 12.000 vrijwilligers in 900 lokale afdelingen en ongeveer 150 personeelsleden
  • Elk jaar organiseren de vrijwilligers en afdelingen samen zo’n 8.000 activiteiten, goed voor meer dan 1 miljoen deelnemers
  • De Gezinsbond heeft verschillende magazines: De Bond, Brieven aan Jonge Ouders, BOTsing, Magazine voor Grootouders. Brieven aan Jonge Ouders wordt al meer dan 40 jaar lang gratis bezorgd aan ouders van alle pasgeboren kinderen
  • De Gezinsbond werkt samen met ongeveer 2.000 spaarhandelaars
  • Verschillende organisaties vloeiden voort uit de werking van de Gezinsbond: AFYA (jeugdvakanties), Gezinssport Vlaanderen (sportieve gezinsvakanties, sportactiviteiten), Gezinsvakantie_Familiatours (gezinsvakanties), Vlaams en Brussels Woningfonds (voordelige hypothecaire leningen/ renteloze huurwaarborgleningen), Kenniscentrum Gezinswetenschappen (Odisee)

Meer informatie: www.100jaargezinsbond.be

De Gezinsbond
Troonstraat 125
1050 Brussel