Gezond eten: ouders zien door de bomen het bos niet meer

Overheid moet werk maken van coherent beleid, gebaseerd op de kindnorm

Gezinnen willen graag gezond eten. Ze letten op de samenstelling en herkomst van hun voeding en kiezen zo veel mogelijk voor verse producten maaltijden. Toch lopen ze verloren in de jungle van gezondheidsclaims, reclameboodschappen en ingewikkelde etiketten. De Gezinsbond vraagt daarom dat de overheid werk maakt van een coherent beleid rond gezonde voeding, met bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren. Strengere regels voor de voedingsindustrie en reclamesector dringen zich op.

Kinderen die opgroeien in een gezin waar voldoende aandacht is voor gezonde voeding, leren van jongs af aan om zelf gezonde keuzes te maken en hebben onder andere minder kans om slachtoffer te worden van overgewicht. Maar als ouder je verantwoordelijkheid willen opnemen is één ding, daarbij ook altijd de juiste keuzes maken, is nog iets anders. Gezinnen worden vandaag immers overspoeld met informatie over en reclame voor 'gezonde' voeding. Vaak blijken die boodschappen misleidend, tegenstrijdig of zelfs verkeerd.

Als erkende consumentenorganisaties wezen de Gezinsbond en Test-Aankoop al eerder op de kwalijke reclamepraktijken inzake kindervoeding. Deze week nog klaagde de Nederlandse voedselwaakhond Foodwatch aan dat grote supermarkten geregeld de wetgeving rond babyvoeding overtreden nadat het vorig jaar al bekend maakte dat zogezegd gezonde kinderdrankjes vaak meer suikers bevatten dan cola. Test-Aankoop ontdekte dan weer dat groeimelk voor kinderen vaak toegevoegde suikers of zoete smaakjes bevat. En een bekende charcuterieproducent lanceerde zopas vleeswaren 'zonder voedingsadditieven' om de consument te verleiden maar geeft zelf toe dat die producten eigenlijk niet gezonder zijn.

Dagelijkse verse gezinsmaaltijd blijft de norm

De Gezinsbond bevroeg daarom ruim 2.000 gezinnen uit Vlaanderen en Brussel over hun voedingsgewoonten en de moeilijkheden die ze ervaren in de zoektocht naar gezond eten. De overgrote meerderheid van de gezinnen probeert nog altijd om zo goed als elke dag een vers bereide maaltijd op tafel te zetten. Slechts een kleine minderheid van 4 procent gaat overwegend uiteten, kiest vaker voor afhaal-, meeneem- of kant-en-klare maaltijden, of luncht op het werk en de school om 's avonds thuis een boterham te eten.

Producten voor de gezinsmaaltijd worden meestal in de supermarkt of buurtwinkel gekocht, maar bijna 1 op de 3 haalt ook verse producten rechtstreeks bij de boer, heeft een groenteabonnement of kweekt zijn eigen groenten. 7% doet al eens een beroep op een aan huis geleverd kookpakket. En drie op de tien raadpleegt geregeld een kook- of receptenboekje om inspiratie op te doen.

Boodschappenlijstje niet zaligmakend

Het klassieke boodschappenlijstje blijft sterk ingeburgerd. Slechts 12 procent doet zijn inkopen zonder lijstje. Ruim driekwart van de gezinnen gaat goed voorbereid, met een overzichtelijk papieren lijstje, naar de winkel. Iets meer dan één op de tien maakt ondertussen ook al gebruik van een app.  40 procent doet zijn dagelijkse boodschappen trouwens al wel eens volledig online.

Toch blijkt dat boodschappenlijstje allesbehalve zaligmakend: amper één op de vijf gezinnen zegt er zich ook echt aan te houden zodra ze in de winkel staan.  Bijna de helft van hen geeft aan regelmatig iets te vergeten op zijn lijstje, maar 61 procent laat zich ook verleiden door zaken die in aanbieding staan, 35 procent kan niet weerstaan aan de lokroep van nieuwe producten, 21 procent laat zich vermurwen door de kinderen om toch iets te kopen dat ze niet nodig hebben en 5 procent koopt extra producten omdat ze er toevallig reclame van gezien hebben.

Bewust en duurzaam kopen

Toch proberen gezinnen zo bewust mogelijk te kopen. Bijna twee op de drie zegt te letten op de samenstelling van de voedingsproducten. De meerderheid van hen (80 procent) let in eerste instantie op de voedingswaarde (hoeveel vet, suikers, vezels, koolhydraten, … bevat het voedsel), 44 procent telt ook de calorieën. Ruim een kwart checkt hoeveel additieven (de zogenaamde E-nummers) voedingswaren bevatten, en één op de vijf gaat op zoek naar mogelijke allergenen. Een kwart van alle gezinnen geeft al de voorkeur aan bio en ruim zes op de tien kiest vooral voor inlandse producten.

Gezond eten, een gedeelde verantwoordelijkheid

Ondanks alle goede intenties geven gezinnen aan dat het allesbehalve evident is om gezond te eten. Voldoende tijd hebben om 's avonds een gezonde maaltijd op tafel te zetten, speelt daarbij uiteraard een belangrijke rol. Maar gezinnen voelen zich ook onvoldoende gesteund in hun streven om gezond te eten en geloven dat er minstens sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid. Ze vinden de kwaliteit van maaltijden op scholen en bedrijven onvoldoende en vragen gezondere producten in de voedsel- en drankautomaten. Van scholen verwachten ze ook een gezond beleid inzake tussendoortjes en de traktaties voor verjaardagen.

Maar vooral van de voedings- en reclamesector vragen gezinnen meer inspanningen. Zo vinden ze het onbegrijpelijk dat gezonde producten vaak duurder zijn dan ongezonde en vragen ze zich af waarom de gezonde producten in de supermarkt niet op meer zichtbare en beter bereikbare plekken staan. Het overvloedig gebruik van suikers – en zeker van verborgen suikers – in samengestelde voedingsproducten baart gezinnen zorgen. Zeker omdat ze amper nog wijs raken uit de voedseletiketten en de veelheid aan gezondheidsclaims op verpakkingen en in reclameboodschappen. Reclame wordt vaak als misleidend ervaren en reclame voor ongezonde voeding, zeker als die op kinderen gericht is, mag zelfs meteen verboden worden.

Voedingsbeleid gebaseerd op kindnorm

De Gezinsbond vraagt daarom dat de federale en Vlaamse overheid dringend werk maken van een coherent voedingsbeleid waarbij ze de zogeheten 'kindnorm' hanteren. Dat betekent dat ze hun regelgeving afstemmen op kinderen, de meest kwetsbaren in onze samenleving. Concreet gaat het om de toepassing van de volgende maatregelen:

  • Strengere regels voor de samenstelling van voedsel: De ingrediënten van voedingsproducten moeten beter afgestemd zijn op wat een kinderlichaam minimaal nodig heeft en maximaal aankan. In eerste instantie vragen we om de vele verborgen suikers in voedingsproducten te weren. De Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI-waarden) en Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden (ADH-waarden) moeten vastgelegd worden op basis van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek dat niet gesponsord wordt door de voedingsindustrie.
  • Toepassing voorzorgsprincipe inzake E-stoffen: Wanneer het vermoeden bestaat dat voedingsadditieven negatieve gevolgen kunnen hebben op de gezondheid van kinderen, moet het voorzorgsprincipe toegepast worden: zolang niet bewezen wordt dat de stof in kwestie onschadelijk is, moet ze verboden worden.
  • Duidelijke etiketten: Volwassenen, maar ook kinderen en jongeren moeten de samenstelling van voedingsproducten kunnen lezen en begrijpen. Ze moeten producten ook met elkaar kunnen vergelijken. De Gezinsbond stelt daarom voor om te werken met het verkeerslichtenlabel dat je in één oogopslag vertelt of samengestelde voeding weinig (groen licht), middelmatig (oranje) of te veel (rood) vet, verzadigd vet, zout of suikers bevat.
     
  • Strengere regels voor reclame en gezondheidsclaims: De bestaande wetgeving en zelfregulerende initiatieven vanuit de reclamesector en voedingsindustrie blijken onvoldoende voor gezinnen. Er is nood aan strengere en afdwingbare regels voor reclame, zeker als die zich richt op kinderen en jongeren en producten promoot die weinig of geen voedingswaarde hebben of ronduit ongezond zijn. Desnoods moet zulke reclame verboden worden. 

    Heel wat gezondheidsclaims worden door de consumenten ervaren als misleidend. Ook hier moet strenger tegen opgetreden worden. Reclame voor voeding moet altijd duidelijke productinformatie bevatten, die ook voor kinderen en jongeren te begrijpen is. De reclamesector moet zich bij dat alles houden aan de 'International Code on Marketing of Foods and Non-Alcoholic Beverages to Children' die werd opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO.
     
  • De invoering van een taks op ongezonde voeding: Ongezonde producten moeten duurder zijn dan gezonde producten zoals vers fruit en groenten. Daarom pleit de Gezinsbond voor een uitgebreide taks op ongezonde voedingsmiddelen, die door de producent betaald wordt.
     
    • De taks moet toegepast worden op meerdere ongezonde ingrediënten: zowel vet, zout als (verborgen) suikers.
    • Hij houdt rekening met het feit dat niet alle ingrediënten dezelfde impact hebben op de gezondheid.
    • De opbrengst wordt ingezet voor preventie bij kinderen, jongeren en maatschappelijk kwetsbare gezinnen en voor incentives om een gezonde levensstijl te promoten (bv. gezondere voeding op school).
    • De huidige federale 'suikertaks' en de geplande uitbreiding voldoen om meerdere redenen niet. De taks geldt bijvoorbeeld alleen voor dranken, en de opbrengst dient louter om de algemene fiscale inkomsten op te krikken, niet om een specifiek, coherent beleid rond gezonde voeding uit te werken.

Dieter Stynen

Pers- en PR-verantwoordelijke, Gezinsbond

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Gezinsbond

De Gezinsbond is de grootste onafhankelijke gezinsorganisatie van het land en verdedigt de belangen van álle gezinnen in Vlaanderen en Brussel. Het belang van de kinderen staat altijd voorop. De Gezinsbond kan rekenen op de steun van 130.000 leden-gezinnen en 10.000 vrijwilligers.

Meer informatie op www.gezinsbond.be.

 

Neem contact op met

Arduinkaai 16 1000 Brussel

+32 478 36 54 73

pr@gezinsbond.be

www.gezinsbond.be